Guldenmunten.nl
 




Oude Nederlandse Munten

Oude Nederlandse munten

Nederlandse guldens zijn ontstaan in 1252. Gulden is afgeleid van ‘gouden’ en werd in die tijd ‘florijn’ genoemd. De waarde van guldens was in die tijd dus gelijk aan de florijn. De naam florijn komt van de Florentijnse lelie die stond afgebeeld op het wapen van Florence. In deze stad werd in 1252 de eerste gouden munt van belang sinds de Karolingische tijd geslagen. De naam ‘florijn’ verklaart tevens het ƒ-teken dat vaak gebruikt wordt voor de gulden en de afkorting fl.

Oude NL munten De florijn werd in heel West-Europa nagemaakt. In de Nederlandsen gebeurde dat voor het eerst door Jan III van Brabant. De Hollandse gulden van graaf Willem V kwam in het jaar 1378 in omloop. Veel vorsten en andere edellieden voerden sindsdien hun eigen gulden in. In het begin droegen veel van deze munten de beeltenis van Sint Jan. Aan het eind van de vijftiende eeuw slaan alle Nederlandse gewesten, Groningen uitgezonderd, hun eigen guldens en hebben daarmee hun eigen Nederlands geld.

In de Middeleeuwen bezaten veel handelssteden hun eigen munthuis. Dit leidde tot administratieve rompslomp en bovendien bestonden er binnen de Nederlanden verschillende soorten valuta. Om die reden werd het uitgeven van muntgeld landelijk geconcentreerd. De keuze voor een landelijke onderneming voor het slaan en doen uitgeven van Nederlandse munten ligt bij Lodewijk Napoleon, die dit op 17 september 1806 besliste.

Sinds 1807 is de enige instantie die de bevoegdheid had om munten uit te geven de Koninklijke Nederlandse Munt. De Koninklijke Nederlandse Munt is gevestigd in Utrecht. Aanvankelijk zou het centrale munthuis in Amsterdam worden gevestigd, maar door het ontbreken van de benodigde financiële middelen is dat er nooit gekomen.